|
||||||
|
||||||
|
||||||
|
Een eerste
stop was gepland te Pont-à-Mousson, tussen Metz en Nancy. In deze
voormalige premonstratenzerabdij aan de oever van de Moezel zijn thans een
cultureel centrum en een hotel ondergebracht. De kerk is nu wel omgevormd
tot een concertzaal maar geeft nog steeds een idee van de vroegere
grootsheid van deze abdij. |
||||||
|
||||||
|
|
|||||
|
|
||||||
|
|
|||
|
|
|
||
|
|
|||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
| Intussen is het middag
geworden en rommelen onze magen. Na een korte wandeling doorheen de kleine
straatjes vinden we een zeer rustig plaatsje waar we in openlucht iets
kunnen eten. De eigenaar van het restaurant – André – kan zijn liefde
en bewondering voor de abdij van Frigolet niet onder stoelen of banken
steken. Het levert ons zelfs een gratis karaf wijn op. À la bonheur! |
|||
| Gesterkt en gelaafd maken we ons op voor een bezoek aan de meeste bekende
brug van Frankrijk: de Pont Saint-Bénezet.
We realiseerden ons niet dat achter deze brug met zijn vrolijke liedje (Sur
le pont d’ Avignion …) eigenlijk een zeer religieuze en heilige
geschiedenis schuil gaat. In de twaalfde eeuw werd de herder Bénezet immers
door God aangespoord om op deze plaats een brug te bouwen over de Rhône. Na
zijn dood in 1184 werd hij ook in een kapel op deze brug begraven. Hoe vroom de
begingeschiedenis van deze brug ook moge zijn, het weerhield ons niet enkele
danspasjes te maken op het bekende melodietje …. |
|||
|
|
|
||
|
De Pont Saint-Bénezet |
|||
|
|
|
||
|
Sur le pont d'Avignon, l'on y danse ... tout en rond. |
|||
|
|
|
||
|
|||
|
|
|
||
|
||||
|
|
|
|||
|
|
|
|||
|
|
|
|||
| Na Montmajour komt Arles aan de beurt. Deze kleinere stad, waar de schilder Van Gogh ooit zijn verblijfplaats had, staat bekend om haar overblijfselen uit de Romeinse periode: een amfitheater, een theater, een necropolis, thermen …. Dé parel van de stad is echter de kerk van Saint-Trophime met haar machtig Romaans portaal en de nabijgelegen kloostergang. |
|
|
|
|
| In de namiddag rijden we verder naar het zuiden. We doorkruisen de Camargue,
met z’n roze flamingo’s en wilde witte paarden, om uiteindelijk aan te
komen in het kustplaatsje Sainte-Maries-de-la-Mer.
Een bijzondere legende is verbonden aan deze plek. Naar verluid zouden
Maria van Jakobus en Maria van Salome rond 40 na Christus hier in de
Camargue zijn aangekomen. Hun achtervolgers hadden hen met geweld in een
boot gezet, zonder riemen of zeilen, maar de wind bracht hen tot de Rhônedelta.
Hier werden zij ontvangen door de eerder gevluchte Marta, Lazarus en
Maria-Magdalena. Sara, de dienstmeid van de eerste twee Maria’s, had
haar meesteressen op zee teruggevonden. Voor sommigen was zij een negerin,
maar de zigeuners herkennen in haar een volksgenote. Zo werd Sara patrones
van de zigeuners en komen sedert eeuwen de zigeuners op 24 mei naar hier
afgezakt om hun Sara te vereren en haar beeld in processie rond te dragen.
De warme zon, de Méditerranée, het witte strand ….. het is allemaal zo aanlokkelijk. De moedigsten onder ons wagen zich dan ook aan een duik in het frisse water. |
|
|
|
|
|
DONDERDAG 19 APRIL Het hoofddoel van onze jaarlijkse reis is het versterken van onze banden met de andere abdijen en gemeenschappen van onze orde. Daarom bezoeken we vandaag onze medebroeders en –zusters van Bonlieu, zo’n 110 km ten noorden van Frigolet. We worden er hartelijk onthaald. Onze medebroeder père Michel geeft ons een rondleiding doorheen de kleine kloostergebouwen en hun geschiedenis. Aansluitend bidden we samen met de gemeenschap het middaggebed en worden we getrakteerd op een heerlijk middagmaal. |
|
|||
|
||||
|
|
|
|||
|
|
|
|||
|
Voor onze terugweg opteren we voor een route langs secundaire wegen die
ons voeren over berg en dal. De Drôme
Provençale en de Haute-Vaucluse
zijn werkelijk wondermooie gebieden! Onderweg houden we halt bij twee
abdijen: de benedictijnerabdij van Le
Barroux waar we allerhartelijkst ontvangen worden door de portier, de
abt en de prior en even later de trappistenabdij van Sénanque. Natuurlijk rijden we nadien nog verloren zodat we ons moeten reppen om net op tijd aan te komen voor het avondmaal. |
||||
|
VRIJDAG 20 APRIL Tijdens onze avondwandelingen van de voorbije dagen zijn we echter ook
iets te weten gekomen over de abdij wat abt |
||||
|
||||
|
|
|
|||
|
|
|
|||
| Na afscheid genomen te hebben van de medebroeders gaan we alweer op weg met ons mini-busje. Een trip van 300 km moet ons brengen tot in Conques en onze medebroeders aldaar. Onderweg rijden we over de brug van Millau, de hoogste brug van Frankrijk en de tweede hoogste ter wereld. Één van de pijlers is 343 m hoog, dat is iets hoger dan de Eiffeltoren en iets korter dan het Empire State Building in New York. Het wegdek is 2460 m lang, 32 m breed en weegt 36.000 ton. |
|
|||
|
In de namiddag komen we aan te Conques. Het lijkt wel of je recht de
middeleeuwen binnen rijdt. Het stadje is dan ook in zijn geheel
geklasseerd. De tijd die ons rest besteden we aan een verkenning van het
stadje, een bezoek aan de prachtige Romaanse abdijkerken aan de schatkamer
van Sainte-Foy. We bidden de vespers met de kleine gemeenschap en nemen
ook samen het avondmaal. Ook nu weer mogen we de hartelijke
broederlijkheid en de gulle gastvrijheid ervaren. Conques is ook gekend als halteplaats op een van de vele Franse routes naar Santiago de Compostella. Onze medebroeders staan in voor het onthaal van de vele pelgrims die hier jaarlijks passeren. ’s Avonds bidden we met hen de completen in de grote kerk en wonen we de pelgrimszegening bij. Pater Kris wordt meteen mee ingeschakeld in het biechthoren en fr. Gabriël mag het orgel bespelen. |
||||
|
||||
|
|
|
|||
|
||||
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
|
ZATERDAG 21 APRIL Na het morgengebed en het ontbijt maken we ons op voor onze verdere reis naar Ars-sur-Formans. Via vele kleine wegen, die ons langs vele haarspeldbochten van de ene vallei in de andere brengen, bereiken we na ruim twee uren eindelijk de autosnelweg. Dan gaat het richting Clermont-Ferrand. Hier vond in 52 voor Christus de slag bij Gergovia plaats waarmee de Galliër Vercingetorix een klinkende overwinning behaalde op Julius Caesar en twee van zijn legioenen. We laten de fiere Galliërs voor wat ze zijn en rijden verdere richting Lyon. |
|||||||||||||
|
Tegen half vier bereiken we Ars, het plaatsje dat zo beroemd is geworden omwille van zijn heilige pastoor. We nemen onze logies in het Foyer Sacerdotal in het internationale seminarie dat op aansporen van paus Johannes Paulus hier werd gebouwd. |
|
||||||||||||
|
|
|
||||||||||||
|
|
Aansluitend bezoeken we de basiliek van Ars. Een Vlaamse priester die
hier werkzaam is leidt ons rond. Op aandoenlijke wijze vertelt hij ons de
levensgeschiedenis van de heilige Jean-Marie Baptiste Vianney, de pastoor
van Ars. Hoogtepunt is wel de viering van de eucharistie aan de tombe van
deze heilige die ons aller hart gestolen heeft. Na het avondmaal maken we nog een kleine wandeling en drinken we nog een glaasje ter ere van fr. Anselm die vandaag zijn naamfeest viert. |
||||||||||||
|
|
|
||||||||||||
|
|
Jij hebt me de weg
naar Ars gewezen;
|
||||||||||||
|
|
|
||||||||||||
|
|
|
||||||||||||
|
Als jonge priester. |
Op weg naar Ars. |
||||||||||||
|
|||||||||||||
|
ZONDAG 22 APRIL De laatste dag van onze reis breekt aan. Na het
ontbijt bezoeken we het museum over de pastoor van Ars dat speciaal voor
ons vroeger de deuren opent. Op schitterende wijze worden hier de
belangrijke fases uit Vianney’s leven geëvoceerd. Een uurtje later vieren we de eucharistie in een
bomvolle basiliek: een eenvoudige en toch mooie en feestelijke liturgie
met veel jongeren en jonge gezinnen met kinderen. Wel veertien misdienaars
vervullen hun taak in de liturgie. Na de laatste aankopen en een kort bezoek aan de
pastorie van de heilige Jean-Marie Vianney moeten we dan definitief
afscheid nemen. Via Nancy, Metz, Luxemburg, Arlon, Luik en Hasselt
bereiken we acht uur later weer ons geliefde Tongerlo. |
|||||||||||||