Noviciaats- en junioraatsreis 2007
Norbertijnse gemeenschappen
in Zuid-Frankrijk


Junioraatsreis 2006 - Tsjechië
           Junioraatsreis 2008 - Rome    Junioraatsreis 2009     Junioraatsreis 2010

          

MAANDAG 16 APRIL

's Morgens vroeg, na de eucharistie om 05.00 u, een snel ontbijt en de abbatiale zegen, openden de abdijpoorten zich voor ons minibusje en ging onze junioraats reis van start.

Onze routeplanner beloofde ons een lange reis van 10 uur vooraleer we Frigolet, onze uiteindelijke reisbestemming, zouden bereiken. Maar gelukkig konden we over drie chauffeurs beschikken zodat we non-stop konden doorrijden.


De abdij van Frigolet, einddoel van onze reis

Een eerste stop was gepland te Pont-à-Mousson, tussen Metz en Nancy. In deze voormalige premonstratenzerabdij aan de oever van de Moezel zijn thans een cultureel centrum en een hotel ondergebracht. De kerk is nu wel omgevormd tot een concertzaal maar geeft nog steeds een idee van de vroegere grootsheid van deze abdij.  


Pont-à-Mousson: draaitrap


Pont-à-Mousson: abdijkerk


Pont-à-Mousson: abdijkerk

 

 

 

 

 

 

Na dit kort oponthoud pikten we opnieuw onze reisroute op. Tegen het middaguur verorberden we onze picknick op het groene veld van een wegrestaurant. Enkele uren later passeerden we zonder moeite Dijon en ook doortocht van Lyon verliep gelukkig zeer vlot.
Om tien over zes, stipt volgens schema, bereikten we Frigolet waar we hartelijk ontvangen

  
   

DINSDAG 17 APRIL  

Onze eerste dag in de Provence is volledig gewijd aan de pauselijke stad Avignon. Hier bouwden in de veertiende eeuw de pausen Benedictus XII en Clemens VI hun residentie. Machtige zalen, imposante torens, prachtige kapellen …. het geeft allemaal aan hoe schitterend dit paleis eens moet geweest zijn. De audio-gids die ons ter hand werd gesteld vertelt ons het verhaal achter elke muur en plaats.

Aansluitend op het Palais des Papes bezoeken we ook de ernaast gelegen kathedraal Notre-Dame-des-Doms. Gebouwd in de twaalfde eeuw, werd ze in meerdere fasen verbouwd en verfraaid.
   

    


Het Palais des papes

     

   


Les Papes du Palais

     


Notre Dame-des-Doms

   
Intussen is het middag geworden en rommelen onze magen. Na een korte wandeling doorheen de kleine straatjes vinden we een zeer rustig plaatsje waar we in openlucht iets kunnen eten. De eigenaar van het restaurant – André – kan zijn liefde en bewondering voor de abdij van Frigolet niet onder stoelen of banken steken. Het levert ons zelfs een gratis karaf wijn op. À la bonheur!
 
     
Gesterkt en gelaafd maken we ons op voor een bezoek aan de meeste bekende brug van Frankrijk: de Pont Saint-Bénezet. We realiseerden ons niet dat achter deze brug met zijn vrolijke liedje (Sur le pont d’ Avignion …) eigenlijk een zeer religieuze en heilige geschiedenis schuil gaat. In de twaalfde eeuw werd de herder Bénezet immers door God aangespoord om op deze plaats een brug te bouwen over de Rhône. Na zijn dood in 1184 werd hij ook in een kapel op deze brug begraven. Hoe vroom de begingeschiedenis van deze brug ook moge zijn, het weerhield ons niet enkele danspasjes te maken op het bekende melodietje ….  
    

De Pont Saint-Bénezet

Sur le pont d'Avignon, l'on y danse ... tout en rond.

   
Op onze terugweg van Avignon maken we een ommetje om nog een andere bekende brug te bewonderen: de Pont du Gard. Dit Romeinse bouwwerk - een combinatie van brug en aquaduct – is al even schitterend als indrukwekkend.

   

 

  

WOENSDAG 18 APRIL

Na de eucharistie en het ontbijt zijn we al snel onderweg voor onze tweede provencaalse verkenning. Eerst bezoeken we de indrukwekkende ruïnes van de voormalige Sint-Pietersabdij van Montmajour. Door onze witte habijten mogen we gratis binnen. Ook deze gebouwen spreken van een lange geschiedenis. Gelegen op een kleine heuvel temidden van de moerassen werd ze reeds in 948 opgericht door benedictijner monniken. Al snel groeit ze uit tot een machtige abdij met een heel netwerk van 56 afhankelijke priorijen in de streek.

De godsdienstoorlogen van de zestiende eeuw luidden een periode van verval in, maar de congregatie van Saint-Maur wist in de zeventiende eeuw dan weer een nieuwe bloei op te wekken. De Franse Revolutie maakte een definitief einde aan de geschiedenis van deze abdij.
 

  

   

  
Na Montmajour komt Arles aan de beurt. Deze kleinere stad, waar de schilder Van Gogh ooit zijn verblijfplaats had, staat bekend om haar overblijfselen uit de Romeinse periode: een amfitheater, een theater, een necropolis, thermen …. Dé parel van de stad is echter de kerk van Saint-Trophime met haar machtig Romaans portaal en de nabijgelegen kloostergang.

  

  
In de namiddag rijden we verder naar het zuiden. We doorkruisen de Camargue, met z’n roze flamingo’s en wilde witte paarden, om uiteindelijk aan te komen in het kustplaatsje Sainte-Maries-de-la-Mer. Een bijzondere legende is verbonden aan deze plek. Naar verluid zouden Maria van Jakobus en Maria van Salome rond 40 na Christus hier in de Camargue zijn aangekomen. Hun achtervolgers hadden hen met geweld in een boot gezet, zonder riemen of zeilen, maar de wind bracht hen tot de Rhônedelta. Hier werden zij ontvangen door de eerder gevluchte Marta, Lazarus en Maria-Magdalena. Sara, de dienstmeid van de eerste twee Maria’s, had haar meesteressen op zee teruggevonden. Voor sommigen was zij een negerin, maar de zigeuners herkennen in haar een volksgenote. Zo werd Sara patrones van de zigeuners en komen sedert eeuwen de zigeuners op 24 mei naar hier afgezakt om hun Sara te vereren en haar beeld in processie rond te dragen.

De warme zon, de Méditerranée, het witte strand ….. het is allemaal zo aanlokkelijk. De moedigsten onder ons wagen zich dan ook aan een duik in het frisse water.

  

  

DONDERDAG 19 APRIL

Het hoofddoel van onze jaarlijkse reis is het versterken van onze banden met de andere abdijen en gemeenschappen van onze orde. Daarom bezoeken we vandaag onze medebroeders en –zusters van Bonlieu, zo’n 110 km ten noorden van Frigolet. We worden er hartelijk onthaald. Onze medebroeder père Michel geeft ons een rondleiding doorheen de kleine kloostergebouwen en hun geschiedenis. Aansluitend bidden we samen met de gemeenschap het middaggebed en worden we getrakteerd op een heerlijk middagmaal.

  

 

  

 

Voor onze terugweg opteren we voor een route langs secundaire wegen die ons voeren over berg en dal. De Drôme Provençale en de Haute-Vaucluse zijn werkelijk wondermooie gebieden! Onderweg houden we halt bij twee abdijen: de benedictijnerabdij van Le Barroux waar we allerhartelijkst ontvangen worden door de portier, de abt en de prior en even later de trappistenabdij van Sénanque.

Natuurlijk rijden we nadien nog verloren zodat we ons moeten reppen om net op tijd aan te komen voor het avondmaal.

  

VRIJDAG 20 APRIL

Vooral onze reis verder te zetten nemen we de tijd voor een rondleiding in de abdij waar we de voorbije week zo gastvrij en broederlijk onthaald werden. We hangen aan abt Thomas ’ lippen wanneer hij bij elke plek en uithoek zijn pittig verhaal doet. Zo nam hij ons op sleeptouw langs pandgang, kerk, bibliotheek, kapittelzaal en zoveel meer ….

Tijdens onze avondwandelingen van de voorbije dagen zijn we echter ook iets te weten gekomen over de abdij wat abt Thomas en de gemeenschap nog níet wisten … In de bossen rond de abdij, namelijk, leven enkele everzwijnen met jongen waarvan het bestaan niet gekend was!

  
  

  

    

   
Na afscheid genomen te hebben van de medebroeders gaan we alweer op weg met ons mini-busje. Een trip van 300 km moet ons brengen tot in Conques en onze medebroeders aldaar. Onderweg rijden we over de brug van Millau, de hoogste brug van Frankrijk en de tweede hoogste ter wereld. Één van de pijlers is 343 m hoog, dat is iets hoger dan de Eiffeltoren en iets korter dan het Empire State Building in New York. Het wegdek is 2460 m lang, 32 m breed en weegt 36.000 ton.

  

In de namiddag komen we aan te Conques. Het lijkt wel of je recht de middeleeuwen binnen rijdt. Het stadje is dan ook in zijn geheel geklasseerd. De tijd die ons rest besteden we aan een verkenning van het stadje, een bezoek aan de prachtige Romaanse abdijkerken aan de schatkamer van Sainte-Foy. We bidden de vespers met de kleine gemeenschap en nemen ook samen het avondmaal. Ook nu weer mogen we de hartelijke broederlijkheid en de gulle gastvrijheid ervaren.

Conques is ook gekend als halteplaats op een van de vele Franse routes naar Santiago de Compostella. Onze medebroeders staan in voor het onthaal van de vele pelgrims die hier jaarlijks passeren. ’s Avonds bidden we met hen de completen in de grote kerk en wonen we de pelgrimszegening bij. Pater Kris wordt meteen mee ingeschakeld in het biechthoren en fr. Gabriël mag het orgel bespelen.

  

  

   

 

  

   

   

ZATERDAG 21 APRIL

Na het morgengebed en het ontbijt maken we ons op voor onze verdere reis naar Ars-sur-Formans. Via  vele kleine wegen, die ons langs vele haarspeldbochten van de ene vallei in de andere brengen, bereiken we na ruim twee uren eindelijk de autosnelweg. Dan gaat het richting Clermont-Ferrand. Hier vond in 52 voor Christus de slag bij Gergovia plaats waarmee de Galliër Vercingetorix een klinkende overwinning behaalde op Julius Caesar en twee van zijn legioenen. We laten de fiere Galliërs voor wat ze zijn en rijden verdere richting Lyon.

Tegen half vier bereiken we Ars, het plaatsje dat zo beroemd is geworden omwille van zijn heilige pastoor. We nemen onze logies in het Foyer Sacerdotal in het internationale seminarie dat op aansporen van paus Johannes Paulus hier werd gebouwd.

  

Aansluitend bezoeken we de basiliek van Ars. Een Vlaamse priester die hier werkzaam is leidt ons rond. Op aandoenlijke wijze vertelt hij ons de levensgeschiedenis van de heilige Jean-Marie Baptiste Vianney, de pastoor van Ars. Hoogtepunt is wel de viering van de eucharistie aan de tombe van deze heilige die ons aller hart gestolen heeft.

Na het avondmaal maken we nog een kleine wandeling en drinken we nog een glaasje ter ere van fr. Anselm die vandaag zijn naamfeest viert.

      

Jij hebt me de weg naar Ars gewezen;
ik zal je de weg naar hemel wijzen!

 


Jean-Marie Vianney bidt als driejarige in de stal ...


.... en ook op het veld.

   

    Als jonge priester.

Op weg naar Ars.

Op huisbezoek. Op de preekstoel. Op de knieën in aanbidding.

Een eucharistisch priester. Beproefd door vele vijanden. Op z'n sterfbed.
  

ZONDAG 22 APRIL

De laatste dag van onze reis breekt aan. Na het ontbijt bezoeken we het museum over de pastoor van Ars dat speciaal voor ons vroeger de deuren opent. Op schitterende wijze worden hier de belangrijke fases uit Vianney’s leven geëvoceerd.

Een uurtje later vieren we de eucharistie in een bomvolle basiliek: een eenvoudige en toch mooie en feestelijke liturgie met veel jongeren en jonge gezinnen met kinderen. Wel veertien misdienaars vervullen hun taak in de liturgie.

Na de laatste aankopen en een kort bezoek aan de pastorie van de heilige Jean-Marie Vianney moeten we dan definitief afscheid nemen. Via Nancy, Metz, Luxemburg, Arlon, Luik en Hasselt bereiken we acht uur later weer ons geliefde Tongerlo.