|
HET
SACRAMENT
VAN VERZOENING
(de biecht)
|
| |
|
|
In een vorige
bijdrage over de zonde, hebben we stilgestaan bij de vraag of wij nog
wel zondaars zijn en wat zonde dan wel is.
We hebben toen ook uiteengezet hoe Jezus, door zijn dood aan het kruis en
zijn verrijzenis uit de dood, ons verlost heeft uit de greep en de macht
van dood en zonde.
Die verlossing doet het fenomeen zonde echter niet verdwijnen uit ons
leven. Wij zijn nog steeds tot zonde in staat en dus is er ook steeds nood
aan zondervergeving en verzoening met God.
Hoe dat juist in elkaar zit, dat proberen uit de doeken te doen in deze
bijdrage over het sacrament van de verzoening of de biecht.
|

|
| |
|
| Het begint allemaal
bij ons doopsel ... |
|
|

|
Vooraleer we iets over het
sacrament van de verzoening vertellen, moeten we toch eerst onder de
aandacht brengen dat het doopsel het eerste en voornaamste sacrament
van zondevergeving is. Bij ons doopsel worden onze
zonden, letterlijk, weggewassen. Ons doopsel betekent de dood aan de zonde, en
verwezenlijkt die ook. Want, in het doopsel hebben wij deel aan sterven en verrijzen van
Jezus Christus. We worden ondergedompeld (sterven) in het water en verrijzen
eruit als de “nieuwe” mens. We worden in het doopsel herboren en
krijgen zo toegang tot het eeuwig leven na de dood.
De zonde waarover sprake is in
het doopsel is de erfzonde en de persoonlijke zonden die
we eventueel voorafgaand aan ons doopsel zouden hebben gedaan. Maar
uiteraard blijft het zo dat wij ook na ons doopsel tot zondigen in
staat blijven. Het witte kleed van ons doopsel wordt als het ware
telkens weer door nieuwe zonden bevuild.
Het is
over deze zonden, de zonden na ons doopsel, dat wij geoordeeld zullen worden na
onze dood. God zal ons oordelen over al onze goede daden om ze te lonen, en over
al onze kwade om ze te straffen.
Het is ook voor deze zonden dat wij vergeving en verzoening met God
kunnen bekomen doorheen het sacrament van verzoening.
|
|
| |
|
| De macht tot
zondevergeving ..... |
|
|
Als Zoon van God beschikte Jezus over
de macht tot zondevergeving. Dat lees je bijvoorbeeld heel duidelijk
in het evangelie over de lamme (Matteüs 9,1-8):
Opdat ge zult weten dat de Mensenzoon macht heeft op aarde zonden
te vergeven - en nu sprak hij tot de lamme-: Sta op, neem uw bed en
ga naar huis.
De macht tot zondevergeving is door Jezus
overgedragen aan zijn apostelen en hun opvolgers, de bisschoppen.
Ook dat kunnen we lezen in het Nieuwe Testament: |

|
| |
| Als
jullie iemand zijn zonden vergeven, dan zijn zij ook vergeven; als jullie ze
niet vergeven, dan blijven ze behouden. (Joh. 20,23)
|
|
| Met deze woorden gaf Jezus
op paasavond de macht om zonden te vergeven aan de apostelen.
Maar ook in Matteüs zegt Jezus aan Petrus:
|
| Ik
zal je de sleutels geven van het koninkrijk der hemelen, en wat je op aarde
bindt zal ook in de hemel gebonden zijn, en wat je op aarde ontbindt
zal ook in
de hemel ontbonden zijn.
(Mt. 16,19)
|
|
|
De priester deelt in
het priesterschap van zijn bisschop. Bij hen kunnen (en moeten) we dus
steeds terecht wanneer wij onze zonden willen belijden. Hij schenkt ons in
naam van God vergeving en verzoening.
In het vervolg van deze bijdrage willen we je nu wat wegwijs helpen in het
verloop van de biecht en wat er aan voorafgaat. |
| |
| Voorbereiding op de
biecht: het gewetensonderzoek |
|
|

|
Het is altijd best
om goed voorbereid het sacrament van de verzoening te ontvangen. Deze
voorbereiding kan thuis gebeuren of in de kerk.
Je begint best met de aanroeping van de H. Geest opdat
Hij je een helder inzicht
zou geven in wat verkeerd en zondig was in je leven:
“Moge de genade van de heilige Geest mijn hart verlichten opdat ik vrijmoedig
mijn zonden zou kunnen belijden en de barmhartigheid van God moge
ondervinden”.
Vervolgens besteed je enige tijd aan het onderzoek van je geweten. Je gaat
wat je sinds je vorige biecht eventueel verkeerd hebt gedaan; waar je in
je levenswandel, in je woord en gedachte, tegen God en zijn geboden hebt
gezondigd. Als je niet weet hoe je daaraan moet beginnen, dan kan je
eventueel enkele hulpmiddelen hanteren:
- je kan eventueel een
vragenlijst hanteren.
- je kan de tien geboden gebruiken als gids.
- het kan ook een hulp zijn om je zondenbelijdenis
schriftelijk voor te bereiden.
|
| Het verloop van de
biecht. |
|
| Het verloop van het
sacrament kan je structureren aan de hand van drie 'kapstokken':
belijdenis, berouw, boete. Ofwel de drie B's van de Biecht. |
 |
Belijdenis |
|
De belijdenis van de zonde
tegenover een priester is een wezenlijk onderdeel van de biecht. Berouw is niet
voldoende omdat de macht tot vergeving van de zonden gegeven is aan de
bedienaren van het sacrament.
De Katechismus van de
katholieke kerk zegt:”De boetelingen moeten in de biecht alle doodzonden
opsommen waarvan zij zich na een zorgvuldig gewetensonderzoek bewust zijn, zelfs
wanneer deze zeer verborgen zijn …”
|
Je moet niet, maar mag, de dagelijkse
zonden toevoegen aan je belijdenis. De
Kerk vraagt je zonden te belijden naar naam en getal. Dus zeggen dat je
gezondigd hebt tegen de naastenliefde is niet genoeg, je moet zeggen op welke
manier en hoeveel maal. Maak eventueel gebruik van je schriftelijke
voorbereiding.
Het is belangrijk veel zorg
te besteden aan de belijdenis van je zonden. De ervaring van de barmhartigheid
van de Vader is groter als je met zorg biecht. Spreek tegen de priester als
tegen Jezus, de priester zit daar voor je in Zijn persoon.
|
|
| Berouw |
 |
|
De vergeving van de zonden
is een uitzonderlijke daad van liefde vanwege God. Wij, die ons hebben
verwijderd van Hem, krijgen de kans om terug te keren naar Zijn liefde. Het moet
wél een daad zijn van onszelf uit. Enkel de heilige Geest helpt ons aan te
zetten tot berouw.
Berouw is de inwendige pijn omwille de zonde die men bedreven heeft en de afschuw
ervan en het voornemen voortaan niet meer te zondigen.
We kunnen meerdere vormen van berouw onderscheiden:
Een eerste vorm - de meest volmaakte - is het berouw uit liefde. D.w.z. het
berouw dat voort komt uit de liefde tot God. In het licht van Gods
liefde erken ik mijn zonden en wordt ik aangezet tot volmaakt berouw.
|
“Verdriet uit
liefde, omdat Hij goed is, omdat Hij je vriend is, die voor jou Zijn leven gaf.
Omdat al het goede dat je hebt van Hem is. Omdat je Hem zo dikwijls beledigd
hebt… Omdat Hij je heeft vergeven… Hij!... jou! Huil, mijn kind, huil van
verdriet en liefde tegelijk.”
B. Josemaria Escriva, De weg, 436
|
Er is nog een 2e
vorm van berouw: berouw uit vrees. We tonen dan berouw uit vrees voor de rechtvaardige straf die we
door onze zonden hebben verdiend. Deze vorm is niet zo volmaakt maar is toch nog
steeds gericht op God.
Een 3e vorm van
berouw is het berouw uit hoogmoed. Deze vorm is ver van volmaakt omdat ze
gericht is op de persoon zelf.
|
|
Om uitdrukking te geven aan je berouw kan je eventueel dit gebed gebruiken
(de akte van berouw): |
|

|
Heer, mijn God, ik heb echt
berouw.
Ik betreur dat ik kwaad heb gedaan
en het goede heb nagelaten.
Door mijn zonden heb ik U beledigd
die mijn hoogste goed zijt, en alle liefde waardig.
Het is mijn vaste voornemen
mij, met de hulp van de genade,
te bekeren, niet meer te zondigen
en te vermijden wat tot zonde kan leiden.
Heer, wees mij genadig omwille van het lijden
van onze Verlosser, Jezus Christus.
Of:
Heer, Jezus Christus, Zoon
van de levende God, wees mij, zondaar, genadig.
|
|
| |
| Boete
en penitentie |

|
Na
je zondebelijdenis en je uiting van berouw kan
de priester je in enkele bewoordingen toespreken. Daarin kan hij je
troosten en bemoedigen, je raad geven en geestelijke steun verlenen.
De priester zal je ook een
penitentie opleggen. Door het doen van boete zetten we een eerste stap terug op de goede weg. Voer de
penitentie zo snel mogelijk uit. Dit kan een gebed zijn of een bepaalde
handeling, dat hangt een beetje van de situatie af.
Het ontvangen
van het sacrament van de verzoening wordt afgerond met de zending:
|
Uw zonden zijn u vergeven,
ga in vrede
en de vreugde van de Heer.
|
|
| |
|
| De vruchten van het
sacrament van de verzoening. |
|
|

|
Welke zijn de uitwerkingen
van het sacrament van de verzoening?
-
de verzoening met God
waardoor we terug de genade terugkrijgen;
-
de verzoening met de kerk;
-
de kwijtschelding van de
eeuwige straffen opgelopen door de doodzonden;
-
vrede en rust van het
geweten en geestelijke troost;
-
groei van de geestelijke
krachten voor de christelijke strijd.
De individuele en volledige
biecht van de zware zonden is de enige manier om zich met God en Zijn kerk te
verzoenen.
|
|
|

|