|
DE
ADVENT |
| |
|
|

|
In een andere
catechese kon je lezen hoe elk liturgisch jaar begint met de sterke
tijd van de advent. In deze catechese willen we de 'opener' van het
liturgische jaar wat van meer nabij bekijken.
|
| Wanneer
vieren we de advent? |
|
| De adventsperiode omvat de vier
weken die voorafgaan aan Kerstmis. De advent begint met het
avondgebed aan de vooravond van de zondag die valt tussen 30 november en 4
december, en eindigt aan de vooravond van Kerstmis.
|
|
| |
|
| Wat
vieren we tijdens de advent? |
|
Het woord advent is afgeleid van het Latijnse woord adventus,
wat letterlijk "komst" betekent. Zo geeft het woord zelf al meteen
weer waarop we ons in deze periode voorbereiden: de komst van onze Heer Jezus
Christus.
De advent is dus vooral een tijd van voorbereiding op de viering van Kerstmis,
het geboortefeest van Jezus Christus.

|

Deze komst heeft echter een dubbel karakter.
Aan de ene kant gaat het om de geboorte van Christus: zijn komst 2000 jaar
geleden waarmee Gods Zoon binnentreedt in onze mensengeschiedenis.
Aan de andere kant betreft het de tweede komst van Christus op het einde der
tijden. In de advent richten we onze aandacht dus evenzeer op de definitieve
wederkomst van Christus.
In elk opzicht is de advent dus een tijd van godsvruchtige
en blijde verwachting.
In de advent herdenken we de
tweevoudige komst van Christus:
zijn eerste komst - geboorte - in onze
mensengeschiedenis en zijn tweede komst op het einde der tijden. |
|
|
|
|

|
|
|
|
De dubbele gelaagdheid van dit 'verwachten' wordt mooi
weerspiegeld in de liturgie van de advent.
De eerste zondag staat in het teken van de verwachting van de tweede komst
van de Heer aan het einde der tijden.
Op de tweede en derde zondag staat de verwachting van de Heer centraal,
zoals die door de bekeringsoproep van Johannes de Doper wordt aangewakkerd.
De vierde zondag van de advent doet ons dan samen met Maria vreugdevol
uitzien naar de geboorte van de Verlosser.
|
| |
|
 |
De tijd van de advent is een
periode die bijzonder in aanmerking komt voor de verering van de H. Maagd Maria,
-zoals paus Paulus VI in zijn apostolische adhortatie Marialis cultus (nr.4)
schreef:
"De gelovigen die vanuit de
liturgie ook de geest van de advent in hun leven brengen en de onuitsprekelijke
liefde overwegen, waarmee de Moedermaagd haar Zoon heeft verwacht, worden aldus
ook uitgenodigd om haar als leefmodel te nemen en om paraat te zijn om de
komende Heiland tegemoet te gaan, wakend in gebed… en met jubel Hem
prijzend." |
|
| |
|
| De
lezingenrooster van de advent. |
|
| De betekenis van de
advent als een tijd van verwachting en uitkijken wordt uiteraard gevoed en
belicht vanuit de lezingen uit de H. Schrift die we op zondag te horen
krijgen. We geven hier het volledige overzicht. |
|
1e zondag van de advent
Op de eerste zondag van de advent lezen we in het Evangelie
over de wederkomst van de Heer aan het einde der tijden
en worden we opgeroepen tot waakzaamheid.
A-cyclus: Mt. 24,37-44
B-cyclus: Mc. 13,33-37
C-cyclus: Lc. 21,25-28.34-36
In de lezingen van het oude testament lezen
we over het Rijk van de Messias dat zal komen waarin Hij alle
volkeren zal verzamelen. Ze roepen op tot Zijn komst en beloven de
Messiaanse afstammeling van David.
A-cyclus: Jes. 2,1-5
B-cyclus: Jes. 63,16b-17, 19b; 64,3b-7
C-cyclus: Jer. 33,14-16
In de lezingen uit het nieuwe testament,
alle uit de brieven van Paulus, lezen we dat we uit de slaap moeten
opstaan en de werken van het duister moeten afleggen: “Thans is
ons heil dichtbij… De nacht loopt ten einde, de dag breekt aan.”
De lezingen getuigen van een vast vertrouwen en ze bidden om
groei in de liefde en om een zuiver hart bij de komst van onze Heer.
A-cyclus: Rom. 13,11-14
B-cyclus: 1 Kor. 1,3-9
C-cyclus: 1 Tes. 3,12-4,2
|
2e zondag van de advent
Het Evangelie van de tweede zondag van de
advent bevat de boeteprediking van Johannes, de voorloper en
wegbereider van de Heer.
A-cyclus: Mt. 3,1-12
B-cyclus: Mc. 1,1-8
C-cyclus: Lc. 3,1-6
De oud testamentische lezingen getuigen
weer van de komst van het Messiaanse Rijk, de twijg aan de
stronk van Isaï.
A-cyclus: Jes. 11,1-10
B-cyclus: Jes. 40,1-5.9-11
C-cyclus: Bar. 5,1-9
De lezingen uit het nieuwe testament
verkondigen dat Christus de universele brenger van het heil
is.
A-cyclus: Rom. 15,4-9
B-cyclus: 2 Petr. 3,8-14
C-cyclus: Fil. 1,4-6.8-11
|
|
3e zondag van de advent
De derde zondag van de advent is bekend onder de
naam “Gaudete”, verheugt u… Zo luidt het eerste woord
van het vers bij de intrede dat ons oproept tot adventsvreugde.
In het Evangelie lezen we deze zondag
opnieuw over Johannes de Doper, de voorloper. Hij wordt door
Jezus zelf zo genoemd. En Johannes de Doper zegt: “Er komt iemand
die sterker is dan ik… Hij zal u dopen met de heilige Geest en met
vuur.”
A-cyclus: Mt. 11,2-11
B-cyclus: Joh. 1,6-8.19-28
C-cyclus: Lc. 3,10-18
De lezingen uit het oude testament verhalen
ons steeds weer over het Rijk dat komen gaat.
A-cyclus: Jes. 35,1-6a.10
B-cyclus: Jes. 61,1-2a.10-11
C-cyclus: Sef. 3,14-18a
En de teksten uit het nieuwe testament roepen
ons op ons goed voor te bereiden op die komst. “Laat uw
goddelijke gaven ons op het komende kerstfeest voorbereiden.”
(gebed na de communie)
A-cyclus: Jak. 5,7-10
B-cyclus: 1 Tes. 5,16-24
C-cyclus: Fil. 4,4-7
|
4e zondag van de advent
Het Evangelie verhaalt de gebeurtenissen
die de geboorte van de Heer voorafgaan. De boodschap van de
engel Gabriël en het bezoek van Maria aan haar nicht Elisabeth zijn
hierbij de belangrijksten.
A-cyclus: Mt. 1,18-24
B-cyclus: Lc. 1,26-38
C-cyclus: Lc. 1,39-45
De lezingen uit het oude testament verhalen
over de moeder van de Heer en over Zijn afkomst.
A-cyclus: Jes. 7,10-14
B-cyclus: 2 Sam. 7,1-5.8b-11.16
C-cyclus: Micha 5,1-4a
De lezingen uit het nieuwe testament duiden
de samenhang aan met het Paasmysterie.
A-cyclus: Rom. 1,1-7
B-cyclus: Rom. 16,25-27
C-cyclus: Hebr. 10,5-10
|
|
| |
|
| De
O-antifonen van de laatste week. |
|
| De weekdagen van 17 tot en met 24
december zijn meer direct gericht op de voorbereiding van het kerstfeest.
Het is een week van meer gespannen verwachting.
In de liturgie worden deze dagen op een bijzondere
verrijk met de O-antifonen bij het Magnificat in het avondgebed.
Het gebruik om met schriftwoorden en samenstellingen
nieuwe zinsconstructies te maken, doordrongen van Gods Woord, geeft rijke
resultaten. De O-antifonen zijn telkens samengesteld uit een prijzende
aanroeping van de verwachte Messias en een bede om Zijn heilbrengend
komen. De antifonen beginnen steeds met de uitroep “O”: O Wijsheid…
O Heer van Israëls huis… O wortel van Jesse… O Sleutel van David… O
Dageraad… O Koning van de volkeren… O Immanuel, koning en wetgever. |
 |
| |
|
|
|
| De advent valt steeds in de
donkerste dagen van het jaar. Tot Kerstmis worden de dagen korter en de
nachten langer. In het diepst van deze duisternis vieren de komst van
Christus als het Licht voor de wereld. Elke zondag komen we een stap
dichter bij dit Licht. Elke zondag kan het Licht groeien en sterker
worden.
Deze lichtsymboliek wordt uitgedrukt door de adventskrans. Elke zondag
steken we een kaarsje meer aan en neemt het Licht toe. De vierde zondag
branden alle kaarsen en schijnt het licht in volle gloed.
De adventskrans gaat terug op een oud Germaans gebruik.
Voor de heidense Germanen was de tijd dat de zon een aantal dagen
stilstond aan de hemel - de zogeheten 'winterzonnewende' - reden voor het
heiligste feest van het jaar. Als de zon stilstond, zo dachten de
Germanen, 'werkte' zij niet. Uit eerbied voor de zon lasten de Germanen
ook een rustperiode in: gedurende de tijd dat de zon aan de hemel
stilstond lieten de Germanen alle arbeid rusten. Geen wagen- of spinnewiel
mocht draaien. Symbolisch werd dit uitgedrukt door een met bosgroen
versierd wagenrad aan het plafond van de woning te hangen.
Het is dit wagenrad dat door missionarissen bij de kerstening van de
Germanen als basis voor de adventskrans werd genomen. De periode van rust
rond de zonnewende vormden de missionarissen verder om tot een periode van
inkeer en boete, zoals past bij een tijd waarin de komst van Christus
wordt verwacht. |

|
|
God, onze Vader,
van U zijn de eeuwen en de tijden,
de dagen en de nachten.
Laat niet toe dat wij leven
alsof wij niets meer te verwachten hebben.
Wek in ons hart de heilzame onrust
omwille van het uur waarop uw Zoon zal wederkomen,
Jezus Christus, onze Heer.
(Altaarmissaal zon -en feestdagen)
|
|