Enkele jonge kloosterlingen en seminaristen/priesters schreven
voor deze site een korte getuigenis over hun roeping.
  
Hoe hebben ze hun roeping ontdekt?
Hoe hebben ze hun roeping verder uitgeklaard?
Waarom hebben ze voor deze concrete gemeenschap of levenswijze gekozen?

We laten hen zelf aan het woord .....

   
    
 fr. Gabriël Goossens

norbertijn van Tongerlo     

Als kind wou ik altijd het beroep uitoefenen dat ik zag. Als de melkboer langs kwam wilde ik melkboer worden, dan weer machinist, dan pastoor of politieagent, enz…

Gaandeweg bleef de gedachte van het priesterschap hangen. Met de familie en de school ging ik ongeveer 10 keer per jaar naar de mis. Ik herinner me dat ik steeds opgewekt meewandelde naar de kerk. Na de mis had ik nog steeds dat vrolijk ‘gevoel’ en zong ik de liedjes verder onderweg naar huis. Daarna gebeurde het wel meerdere keren dat ik de mis naspeelde, mijn geduldige zus was dan 'het volk’  

Op mijn 10de liet ik me inschrijven in de muziekschool om orgel te gaan leren. Sommige dachten dat het een bevlieging was en anderen vonden dat een beetje vreemd. Elk maandag ging ik na schooltijd naar mijn parochiekerk waar de orgelleraar me les gaf. Ik begon eerst het klavier te leren want ik was te klein om al met mijn voeten het orgelpedaal te bespelen.

Toen ik twaalf jaar was ontving ik het H. Vormsel. Maanden later vroeg ik –met een klein hartje- aan mijn ouders of ik weer naar de mis mocht, en natuurlijk mocht dat! Mijn ouders hebben me behandeld als een vrij iemand, zodat ik naar de mis mocht gaan! En daar ben ik hen nog altijd zeer dankbaar voor. In het middelbaar studeerde ik Tuinbouw en vanaf mijn 14e begon ik bescheiden de zondagsmis op het orgel te begeleiden en zo ademde ik jaren de sfeer van de Kerk in. Het verlangen om priester te worden bleef, doch niemand wist het.

Op mijn 18de reisde ik naar India waar mijn roeping als het ware bevestigd werd aan het graf van de Zalige Moeder Teresa van Calcutta. Daar ontdekte ik de Wereldkerk die jong is en diep leeft vanuit Christus. Dat heeft me gesterkt in de weg die ik nu volg.

Als 19-jarige nam ik dan contact op met enkele priesters en seminaries, maar ik twijfelde nog steeds en heb ik er ook met mijn ouders over gesproken. Met spreken kan je veel voor jezelf verhelderen! Zij schrokken eerst een beetje, maar na wat ‘bezinningstijd’ hebben ze mij alle kansen gegeven. Ik had nog niet veel nagedacht over het gemeenschapsleven en wist eigenlijk ook niet goed wat het was. Ik kwam in contact met enkele jongeren die bij een priester gingen samenleven en daar sloot ik me bij aan. Toen werd het voor mij duidelijk dat ik mensen rondom mij nodig heb die me steunen, met wie ik samen mag bidden en leven!

Aanvankelijk was Tongerlo voor mij onbekend en dus ook een beetje onbemind! Maar na enkele gesprekken met de novicemeester en de abt was het voor mij beslist om in te treden in de abdij van Tongerlo. Toen ik intrad waren hier geen andere jongeren in opleiding maar toch vroeg Jezus het van mij! En kan je dan nee zeggen als Jezus zelf het vraagt? Ondertussen zijn er al meerdere jongeren die de weg naar de oude abdij van Tongerlo gevonden hebben. Met onze stichter Sint-Norbertus als verwijzing naar Jezus wil ik graag samenleven: bidden, studeren en werken volgens de regel van Sint-Augustinus. De evenwichtige mix van traditie en het moderne derde millenium sprak me wel aan. Maar: een leven in gemeenschap blijft altijd zoeken naar de verhouding tussen het beste van jezelf geven en het beste van de anderen ontvangen! Het gemeenschapsleven in een abdij is de beste beslissing die ik ooit heb gemaakt!
     

      
   
 fr. Benedict Meethep  

norbertijn van Tongerlo   

Ik heb mijn roeping ontdekt thuis, op de parochie. De pastoor was voor mij een groot voorbeeld. Bij hem maakte ik de eerste eucharistie mee in mijn leven. Ik was amper 12 jaar. Toen hij daar aan het altaar stond met uitgestrekte armen,   terwijl hij het Grote Dankgebed uitsprak, heeft hij iets in mij losgemaakt. Zijn priesterschap en zijn dienaarschap hebben me sterk geraakt. Er is toen iets begonnen in mijn hart, maar nog zo klein dat ik niet goed kon weten wat. Maar toen zei ik al bij mezelf: zoiets wil ik ook!

Nadien is mijn roeping langzaam gegroeid. In tegenstelling tot wat velen denken was het dus geen grote stap. Ik dorste naar de liefde van Jezus, naar het levend water dat aan het kruis uit zijn zijde vloeide. Dat ik die liefde gevonden heb wil ik nu ook in mijn leven tonen. Ik zie mijn roeping dan ook als een soort ‘reizen’ met Jezus. Ik heb alles achter gelaten om met Jezus verder te gaan op de weg van mijn leven. Opdat mijn geloof steeds groter moge worden …

Die weg heeft me bij de norbertijnen van Tongerlo gebracht. Ik heb vooral gekozen voor de norbertijnen omwille van de eucharistie die een centrale plaats inneemt. Dankzij het levend brood dat we elke dag van ons leven ontvangen, verdwijnt mijn honger naar wereldse dingen. In Tongerlo apprecieer ik het eenvoudige leven van de gemeenschap: samen lief en leed delen met mijn medebroeders, een leven lang, één van hart een één van geloof. Ik hoop er ook rust te vinden, een oase van vrede en mystiek gebed.  
    
 zuster Benedicta De Taeye

Zuster van Liefde (Kortemark)

Vooraleer jullie het een en ander te vertellen over mijn roeping, mijn leven, wil ik me kort even voorstellen. Mijn naam is Elisabeth (als noivice krege ik de naam Benedicta) en ben geboren in 1985. Ik kom uit een groot gezin waarvan ik de 4de ben in een rij van 10 kinderen. Inmiddels ben ik hier (in het klooster) ruim 2 jaar.

‘Hoe ik mijn roeping heb ontdekt?’ dat is de grote vraag die iedereen stelt. Ik doe daarom mijn best om er op te antwoorden.

Als ik heel eerlijk ben moet ik zeggen dat ik de indruk heb dat ik daar zelf weinig voor heb gedaan, (Hij deed het meeste) omdat ik ten eerste van thuis uit het geloof ten volle heb meegekregen. We leerden al heel vroeg bidden en het naar de kerk gaan was als het ware een gewone zaak. Het leven in Zijn aanwezigheid (meestal onbewust) was haast ‘vanzelfsprekend’. En hoewel ik daar niet altijd stil bij stond bracht die gave van het geloof mij vreugde, vrede en ook vrijheid. Dat is het wat mij getrokken heeft en trouwens nog steeds trekt. Hoewel ik als kind om het geloof veel dingen moest laten, was ik daar nooit bedroefd om. Integendeel want ik wist me rijk! Ik geef een voorbeeld: op woensdag kregen we thuis altijd godsdienstles en gingen we meer bidden dan anders, … terwijl anderen van mijn klas naar vriendjes gingen, feestjes hadden en samen plezier maakten.

Ik heb het echter nooit ervaren als een gemis. Dit is niet zo vanzelfsprekend, maar ook daar mag ik iets van Zijn werk in zien.

Al vroeg begon ik te zeggen (wanneer ze aan iedereen vroegen wat ze wilden worden) dat ik zuster zou worden, maar na verloop van tijd begonnen ze mij over te slaan omdat ze toch al wisten wat ik zou worden. Dit vond ik niet leuk en begon ik te zeggen ‘ik wil verpleegster worden.’ Toch kon ik me niets anders voorstellen dan me helemaal aan Hem te geven, zonder me verder af te vragen hoe dat kon of wat dat echt betekende, maar het stond wel vast. Ik was er ondertussen niet echt mee bezig en leefde van dag tot dag. Ik had voorbeelden van kloostergemeenschappen (omdat we er van thuis uit contact mee hadden) en ik voelde mij goed en blij om naar de kerk te gaan. Zo zou ik er bijvoorbeeld nooit aan gedacht hebben om op zondag, als ik moe was, niet naar de mis te gaan. Toen ik 15 jaar was werd er opeens gesproken over het naar een internaat gaan. Dit wou ik in de verste verten niet, maar er was verder geen keus; ik moest mee met mijn oudere zus. Met tranen ging ik erheen, maar hoe wonderbaar (!) ik vond Hem daar, heel dicht bij me. Hoewel ik na 2 jaar dreigde op te geven kon ik dit onmogelijk doen, want dat was alsof ik Hem losliet. Dit heeft ervoor gezorgd dat ik ben blijven gaan, in totaal 5 jaar. Het was niet altijd gemakkelijk en toch …

Echt zekerheid over mijn roeping had ik eigenlijk toch nog niet, daarom volgde ik een 8-daagse retraite mee. (Schrik niet, in volledige stilte!) Maar juist in die stilte kun je zijn stem horen; niet met je oren maar met je hart. Zijn uitnodiging, samen met een diepe vreugde, gaf mij de zekerheid en vooral de kracht om de stap naar het klooster toe te zetten. (Nogmaals; het is niet gemakkelijk, maar toch…!) En ik ben er echt dankbaar om!

Wat ik er ook graag nog bij wil zeggen is dat ik toen ik de keuze maakte om religieuze te worden dit niet was om het half en half te zijn, maar helemaal, het is niet iets waar ik me om zou schamen. Daarom vond ik het heel belangrijk en hielp het mij ook om te kiezen voor een gemeenschap waar het habijt nog wordt gedragen. Zonder veel woorden kan ik dan toch veel zeggen.

Onze gemeenschap heeft als apostolaat; het zorgen voor bejaarden, zwaar gehandicapten en ook jongeren in het internaat. Waar ik een plaatsje krijg weet ik niet, maar ik geef me aan Hem en weet dat Hij voor mij zorgt!

Hospitaalstraat 24 - 8610 Kortemark - tel: 051 56 62 00 - fax: 051 57 07 56 - www.zustersvanliefde.be - e-mail:

     
 zuster Angela Maria

Claris (Eindhoven)

Hoe God mij naar het Clarissenklooster geroepen heeft ....
Ik ben thuis opgevoed met het katholiek geloof, en als gezin gingen wij samen elke zondag naar de kerk. Bij ons thuis en in de kerk leerde ik wie God is en wat Hij voor ons betekent.

Omdat ik het op de middelbare school niet zo gemakkelijk had, ben ik dichter naar God toe gegroeid en is Hij mijn beste Vriend geworden! Gebed nam een steeds belangrijkere plaats in mijn leven tijdens deze moeilijke jaren!  Toen het tijd was om te beslissen welke opleiding ik wilde gaan volgen vond ik er maar geen die mij echt aantrok. Gedurende deze zoektijd ben ik, samen met mijn moeder, ook gaan kijken op sites van religieuze gemeenschappen. Op internet zag ik pas hoeveel verschillende soorten kloostergemeenschappen er bestaan. God heeft mij zeker geholpen op mijn zoektocht, want toen ik op een morgen naar de rommelmarkt ging, naar de afdeling boeken, kreeg ik het levensverhaal van de kleine heilige Theresia van Lisieux in handen. Deze levensbeschrijving liet mij een beetje zien hoe een leven eruit ziet in een slotklooster. Zo wilde ik ook leven, een leven van gebed samen met God! Ik ging dus via internet op zoek naar de Carmelietessen en ik nam contact op met zuster Elvira Maria in Sittard. Met haar samen heb ik een lange tijd over mijn roeping gepraat en ge-emaild. Alleen, dit was een actieve orde. Ik voelde me toch meer aangetrokken tot een leven in een slotklooster. 
Door Gods voorzienigheid kwam ik via mijn grootouders te weten dat er in eindhoven een slotklooster is van de Arme Clarissen. 

En nog wel zó dicht bij mijn eigen woonplaats!!! Ik ben daar zo snel mogelijk naartoe gegaan om een Misviering bij te wonen. Ook op internet ben ik gaan kijken of ze misschien een site zouden hebben. En jawel, die hadden ze. Op die site stond o.a.heel hun dagorde en……..FOTO’s van de zusters! Hoe meer ik las over hun leven, des te meer kriebels kreeg ik in mijn maag en hoe sneller ik met Moeder Abdis wilde gaan praten.  Voor mijn moeder was het natuurlijk wel even schrikken dat ik zoveel interesse had voor het leven in een SLOTklooster, toch zijn we samen met Moeder Abdis gaan praten. 
Ik werd steeds meer vervuld met enthousiasme over het idee hier in te mogen treden. Ik was natuurlijk wel jong, maar ik voelde me gesteund door de kleine H. Theresia die pas 15 jaar was toen zij intrad! De sfeer van dit Clarissenklooster trok mij zoveel aan, en de zusters waarmee ik in contact kwam voor mijn intrede (Moeder Abdis, de portierster en de kosteres) straalden zoveel vreugde uit!

Na veel gebed en gesprekken met mijn moeder en met Moeder Abdis, besloot ik om, na mijn mavo-diploma, hier bij de Arme Clarissen in te treden. Ik, die vóór mijn intreden zoveel moeite had om geen heimwee te krijgen als ik bij iemand zou gaan logeren, kreeg nu van God de genade om voor de rest van mijn leven op een zekere manier gescheiden te zijn van mijn vader, moeder, broers en zussen. Ik was altijd samen was met mijn tweelingszus en deelde alles met haar, nu kon ik haar, dankzij Gods liefdevolle genade, gemakkelijk loslaten. Het was natuuurlijk wel heel moeilijk voor haar.
God wilde echter dat mijn tweelingzus óók in dit Clarissenklooster zou gaan intreden!!!!! Zij is twee jaar ná mijn intrede bij ons ingetreden! Ja Gods wegen, voor ieder persoonlijk, zijn zo onvoorstelbaar anders dan wij zouden verwachten – wat ben ik Hem dankbaar voor alles. 

Zuster Angela Maria
Clarissenklooster, Maria Moeder van de Kerk
St. Claralaan 1
5654 AS
Eindhoven
www.poorclarenuns.org

     
 E.H. Filip Hacour

diocesaan priester

  
Eindelijk priester! Bijna had ik hier spontaan de blijde woorden ‘een kinderdroom gaat in vervulling’ bijgezegd. Dit klopt niet helemaal. Als kind had ik gedroomd om avonturier te worden naar het model van de 19de eeuwse missionaris: ontdekken en verkondigen. Vooral ontdekker. Van priester worden, was er op dat ogenblik nog geen sprake.

Ik herinner me dat ik danig in de greep was over het boeiende leven van David Livingstone. Hij trok door zuidelijk Afrika met in de ene hand de bijbel en in de andere hand een kompas. Het fascineerde me hoe hij zijn leven riskeerde op zoek naar de bronnen van de Congostroom, en tegelijk zich furieus keerde tegen elke vorm van slavernij en onrechtvaardigheid. Die combinatie was aantrekkelijk: het ontdekken van de schepping en het beste voor hebben met elke mens.

Ik ging uren mee op reis met de grootste ontdekkingsreizigers. Ik volgde tijdens hele woensdagnamiddagen met mijn vinger op de wereldbol hun wegen over oceanen, langs bergpassen en door onherbergzame gebieden. Uren las ik in de verslagen van Marco Polo, Colombus en Magelhaes. Mijn kinderhart sprong nog een stuk hoger op bij het volgen van vredebrengers zoals Franciscus-Xaverius. Dat was me nog eens een man! Of pater Damiaan! Zoals hij: een dorp opbouwen met en voor de melaatsen, en met hen leven en sterven. Deze verhalen straalden een geheime kracht uit en beroerden mijn kinderziel. En zo kwam het dat ik vaker een poosje stil bij de graftombe van pater Damiaan ging mijmeren. Het was alsof zijn grafschrift me dan telkens met mysterieuze en haast blij geniepige  ogen aankeek: “Ik vind mijn grootste geluk den Heer te dienen in de mensen die door anderen verstoten worden.”

Jaren heb ik geworsteld met dit grafschrift. Ik ontdekte dat deze missionarissen telkens als beroep religieus of priester hadden. Mijn hart werd dan telkens licht benauwd. Zou ik dat ook priester kunnen worden? Bij elk bezoek aan het graf van de Grootste Belg overviel me de niet aflatende ‘onrust’ die sterker werd naarmate ik de kinderjaren achter me liet.
Na mijn achttiende verjaardag ging ik voor een jaar naar Ecuador om met eigen ogen en oren missionarissen te zien en te horen. Toen ik 24 werd, vond ik dat ik nu maar eens iets moest gaan ondernemen om die oude droom te realiseren. Een mens kan niet blijven mijmeren bij een grafschrift.

Tijdens de Wereldjongerendagen in Rome drong het tot me door dat het al even avontuurlijk kan zijn om missionaris te worden in eigen land. Ik ging naar het seminarie.
De zoektocht naar de bronnen van onze beschaving, naar de bronnen van onze diepste verlangens om ‘ontdekt te worden’ door een ander, om geapprecieerd en bemind te worden, fascineerden me nu meer dan de bronnen van de Congostroom. Die bronnen en die stroom vond ik in Jezus Christus. Tot bij deze stroom wil ik mensen brengen, opdat zij leven en hun ware geluk vinden. Jezus, die in ons hart en onze ziel leeft. Want is dat niet de langste en boeiendste reis, deze die naar binnen gaat?  

“Bornem Monseigneur? Ik dacht dat Bornem in het bisdom Antwerpen lag!” Zo ontdekte ik met enige verlegenheid, drie weken voor mijn priesterwijding, dat mijn eerste benoeming in een voor mij nauwelijks gekend deel van het aartsbidom lag.
Bornem, dan denkt men aan de palingfeesten van Mariekerke en aan de Dodentocht. Verwijzend naar deze 100 km lange tocht, gaf de pastoor van mijn stageparochie me een mooie zegen mee. Hij zei dat priester zijn ook zijn dode momenten heeft. Deze mogen de priester er niet van weerhouden om verder op tocht te gaan. Want uiteindelijk gaat het om een Levenstocht. Een tocht met overvloed aan leven voor de priester en de ander. Dat heeft me diep getroffen.
Een maand na mijn wijding kwam ik in Bornem toe. Met mijn fiets trok ik er al de eerste dag op uit. Ik doorkruiste enkele dorpen en keek in het voorbijrijden bewust even naar de gezichten van de mensen. Ik probeerde hier en daar een woord op te vangen. Dit is een nieuw dialect voor me. Gelukkig goed verstaanbaar. De taal vertelt al iets over de ziel van deze mensen. Voor hen word ik nu priester.

Die eerste avond ga ik slapen met een stille vrede en dankbaarheid in mijn ziel. Morgen is een nieuwe dag om op ontdekkingsreis te gaan…

   
 zuster Chiara-Maria

Claris van Roeselare

Voor altijd van de levende Geliefde

Ja, voor altijd Jezus toebehoren : dat was mijn diep verlangen. Maar eerst wil ik me even voorstellen. Mijn naam is Zr. Chiara-Maria-van-de-levende-Geliefde. Ik kom uit een grote familie uit Merelbeke bij Gent. Als kind reeds voelde ik me sterk aangesproken door de figuur van Jezus. Jezus obsedeerde me als het ware. Hij was mijn Vriend bij wie ik altijd terecht kon.

Toen ik 8 jaar was wist ik dat ik Zuster wilde worden en heb ik dat in mij laten groeien tot mijn 16de jaar. Dan ben ik ermee naar buiten gekomen. Ik wist mij er klaar voor, de wereld mocht het weten. Maar dan was de vraag : hoe gaat dat? Waar? Wat wordt er van je verwacht?

  
God heeft mij in die periode nooit alleen gelaten. Van Hem haalde ik kracht en moed want van de mensen rondom mij was er heel wat tegenstand.
Ik wilde iets blij, iets vreugdevol, waar nog jonge mensen waren, een gemeenschap waarin de liefde centraal staat. Zo ben ik dan op zoektocht gegaan?. Ik  was ook heel blij en dankbaar dat mijn ouders me daarin steunden.  

Mijn zoektocht was niet altijd zo eenvoudig. Er waren momenten dat ik dacht het gevonden te hebben maar dat waren MIJN gedachten, mijn keuze en niet Gods verlangen. Tot ik aanvoelde dat Jezus zelf mij wilde leiden en brengen waar ik gelukkig zou zijn.  

Zo kwam ik via het internet op het spoor van de Zusters Arme Klaren te Roeselare (West Vlaanderen): een contemplatieve gemeenschap die openstaat voor jonge mensen. Toen heb ik met Zr Abdis getelefoneerd of ik eens mocht komen kijken. Ik kwam aan de poort en innerlijk wist ik ‘hier moet ik zijn’. Ons gesprek duurde ongeveer  30 minuten maar mijn intrededatum stond vast. Zo zie je maar dat na een hele zoektocht het je plots kan gegeven worden.

Als 25-jarige ben ik dan ingetreden en weet me heel gelukkig en echt vrij om mijn roeping te beleven en vorm te geven. Na 6 jaar was mijn noviciaatstijd (proeftijd-vormingstijd) voorbij en heeft de gemeenschap me aanvaard en mocht ik mijn geloften voor het leven afleggen, plechtige professie uitspreken zodat ik nu definitief van mijn Geliefde ben. Deze plechtigheid had plaats op 1 februari ll. In aanwezigheid van Mgr. Vangheluwe, onze bisschop, als voorganger en een overvolle kerkgemeenschap.

Mag ik een wens naar jongeren toe uitspreken? Moge jonge mensen diep in hun hart de vraag stellen of Jezus ook hen niet roept tot een contemplatief leven. Dat jongeren dŕn de weg van hun verlangen moge volgen en waar maken.

Zr. Chiara-Maria

Zusters Arme Klaren - Monasterium "O.L. Vrouw ter Engelen - Arme Klarenstraat 36 - 8800 Roeselare - tel. 051- 20.34.75  - www.armeklaren-roeselare.be

  
 E.H. Wim Sabo

diocesaan priester

  

Iedere geroepene heeft zijn eigen verhaal. Elke mens wordt op unieke wijze geroepen, want hij wordt aangesproken zoals hij in mekaar steekt. God roept mij als een mens van vlees en bloed, Hij roept mij niet als een engel of als heilige. God werkt alleen met de broze en onvolmaakte mens die Hij onvermoeibaar oproept tot dagelijkse bekering, tot een heilig leven in totale gegevenheid.

Ik ben een langzame leerling en dat weet God. Hij geeft me de tijd die ik nodig heb. Ik mag mijn weg als mens gaan. God heeft meer geduld met ons dan wij met onszelf en met anderen. Voor God zijn duizend jaren dan ook als één dag, als gisteren dat al voorbij is. Lange tijd ben ik een persoonlijk en stille weg gegaan, in tweespraak met de Heer. Als wispelturige tiener zocht naar antwoord op mijn innerlijke, dwingende vraagstuk dat roeping heet. Het gebed werd alsmaar belangrijker en intenser. Ik had nood aan een klankbord en nam in de avond voor het slapen gaan geregeld het Schriftwoord ter hand.  I KOR 9, 16-18 gaf me een woord mee dat me nooit meer heeft losgelaten: “Dat ik het Evangelie predik, is voor mij niets om me op te beroemen. Ik kan niet anders. Wee mij als ik het Evanglie niet verkondig. Als ik het uit eigen beweging zou doen, dan had ik recht op loon; maar ik doe het niet uit eigen beweging, het is een taak die mij is toevertrouwd”. En mijn ziel vond rust in de woorden van Paulus. Op die manier is het Woord Gods altijd als een lamp voor de voeten die de weg van een geroepene en van elke christen verlicht. Korte tijd later werd mij duidelijk dat niet ik Hem had uitgekozen, maar Hij mij. Ook ging ik vaak mijn innerlijke strijd uitvechten in een lege kapel, niet ver van thuis. En de Heer gaf telkens een overvloedige maat verlichting, vrede, vreugde en nieuwe moed.

   
Op 18 ging ik schoorvoetend naar het seminarie. En een hele wereld ging voor me open: het duidelijke en eenvoudige ritme, het intense gebedsleven, de dagelijkse Eucharistie, het wekelijkse aanbiddingsgebed, het leven in de  gemeenschap, de retraites en recollectiedagen die we in gemeenschap deden, de materie aan cursus en vorming die we tijdens de 7 jaar ingelepeld kregen. Ik heb daar eerlijk gezegd van genoten. Een zekere honger werd gestild. Aan iedere seminarist werd ook een minimum aan parochiale inzet gevraagd. De meeste engageerden zich in de jeugdbewegingen. Bij de overgang naar de theologische opleiding kreeg ieder de kans om enkele weken stage te lopen in een ziekenhuis.

Allemaal zaken die helpen om vorm en duidelijke inhoud aan roeping te geven. Ik ben God ook heel erg dankbaar dat Hij mij tal van mensen gegeven heeft, telkens op het juiste moment, die als een geschenk uit de hemel komen, die de weg helpen gaan, die bijsturen, inzichten bijbrengen, klaarheid scheppen. Een roeping kan maar pas gedijen als je je laat flankeren door een aantal vertrouwelingen, broeders en zusters in de Heer, aan wie je je hart moet kunnen openen en ledigen, mensen die een heel eind van de weg, zoniet tot op het einde aan je zijde staan. De geestelijke begeleiding is hierin erg wezenlijk, omdat ze de kans biedt geregeld het sacrament van de verzoening te ontvangen. Hoe zouden we toch maar christen, laat staan priester kunnen zijn, of als God-gewijden kunnen leven, indien we zonde op zonde stapelen?

Op 1 juli 2000, net geen 26, werd ik priester gewijd in de thuisparochie. Voor mijn eerste benoeming trok ik naar Borgloon, een federatie van 13 parochies. Daar bleef ik 8 jaar. Tegenwoordig leef en werk ik in de federatie Tessendero – Ham.

Het is een bijzondere weg die een priester mag gaan. Het is de smalle weg, maar een heel sterke en vervullende. Het is nederige dienstbaarheid. De gehele en concrete Christus kennen is alles in het leven. De dynamiek van kruis naar verrijzenis aan den lijve gewaar worden, zelf dagelijks de weg van de bekering gaan, geeft een enorm élan aan het leven. De liefdevolle gave Gods kennen, erin, ervan en erdoor leven is vervullend, verrijkend en geeft intense vrede. Hij is de enig noodzakelijke! Hij is begin en einde, en alles wat er tussenin ligt, is gekleurd en getooid met zijn Aanwezigheid. Zo beschouw ik dan ook mijn leven en zending als priester. “Jezus, wees Jezus voor mij”, is een gebed van de heilige Philippus Neri, en zegt alles. Christus in mijn leven laten zijn wie Hij is, niet voor mezelf, maar ten dienste van deze ene medemens die net nu hier aanwezig is. Wat is het belangrijk en noodzakelijk voor deze wereld dat we Christus zouden kennen, met heel ons hart.  Ik als priester, met alles wie ik – maar – ben, beschouw mij als instrument in Gods handen, een kanaal van wie God zich kan bedienen, meestal zonder dat ik het zelf in de gaten heb. Hij is hierin vaak veel creatiever en vindingrijker dan wij vermoeden. Een gebed van J H Kardinaal Newman is mij hierin heel erg dierbaar: “Lord, I don't want to see, I don't want to understand, I just want to be used.“ Mijn taak in deze wereld bestaat er ook in, tijd en ruimte te scheppen, mogelijkheden aan te bieden, opdat mensen stilte vinden, de rust en de vrede van het hart, en Christus kunnen kennen, zien, horen en gewaar worden. Hierin is het vieren van de Eucharistie een bevoorrecht sacrament. Mochten we de zachte kracht van de ontmoeting met Christus gewaar worden, en proeven en merken hoe mild de Heer is.

Wie zoekt, vindt. Wie vraagt, verkrijgt, en voor wie klopt doet men open! Zo is de Heer, en zijn wegen zijn ondoorgrondelijk.

 

      
 zuster Anna Foppen

norbertines (Oosterhout)

     
"Laat mij U zoeken, Heer, elke dag opnieuw". Zo begon voor mij het zoeken naar Gods bedoeling met mijn leven, antwoorden vinden op het verlangen wat in mijn hart speelde: dichter bij God willen leven.

Vanuit Protestantse huize ging ik met mijn vragen naar onze dominee en sloot mij aan bij een Bijbelkring en jongerengroep. Maar het verlangen dat leefde werd niet gevoed in onze kerkdienst en door Bijbelstudie.

Nadat ik naar verschillende kerken ben geweest, vond ik uiteindelijk mijn thuis in de kerk van de norbertijnen priorij 'De Essenburgh'. Als ik er nu op terugkijk, heeft God steeds mensen op mijn pad gebracht die mij bijstonden op mijn zoektocht.

Mijn moeder en tante gingen mee in mijn zoektocht. Mijn 'ja' was er om mijn leven te richten op de Heer, maar ik had nooit verwacht dat mijn 'ja' uiteindelijk een stap zou zijn om bij de Katholieke Kerk aan te sluiten en al helemaal niet om in een klooster in te treden.


Vanuit mijn liefde voor kastelen dacht ik dat het leuk zou zijn om op de verjaardag van mijn moeder een middagje uit te gaan. Samen met moeder, met haar zus en mijn vriendin brachten wij een bezoek aan Sint- Catharinadal, te Oosterhout tijdens een "Open middag". Mooier kon toch niet, een oud kasteeltje bezoeken en ook een klooster te kunnen bezichtigen. Gelijk bij binnenkomst werden wij alle vier getroffen door de sfeer bij deze zusters en de gastvrijheid. Aan het einde van de middag voelde ik een verlangen om nader kennis te mogen maken en besloot ik te vragen of ik een keer mocht komen.

Het werd een kennismaking met een Norbertinessengemeenschap, die deel uitmaakt van de Orde van Prémontré, gesticht in 1121 door de edelman Sint-Norbertus van Gennep.

Sint- Catharinadal zelf werd gesticht in 1271 te Vroenhout, bij Roosendaal. In 1295 werden de zusters door een watersnoodramp gedwongen naar Breda uit te wijken. Als gevolg van de reformatie verplaatste de gemeenschap zich 1647 naar Oosterhout, waar zij domicilie vonden in het Slotje De Blauw Camer.

    

Zusters Norbertinessen leven volgens de Regel van de Heilige Augustinus en Constituties van de Reguliere Kanunnikessen van de Orde van Prémontré.

Zij wensen het Evangelisch ideaal te beleven in gemeenschap, vanuit een goed verzorgde liturgie. Een voorname opdracht is de ontvangst van gasten in groepsverband en het kunstatelier met verschillende afdelingen: restauratie van antieke boeken, kalligrafisch werk en moderne leerbewerking.

Ik begon eerst met een aantal bezoeken als gast en daarna volgde een periode als buitenpostulante. Hierdoor konden mijn ouders ook een groeiperiode doormaken en wennen aan het idee dat ik misschien zou intreden in een klooster. 


 Zo hebben zij meerdere malen kennis kunnen maken met Sint-Catharinadal als ze mij vanuit het ouderlijk huis weg brachten of ophaalden. 
In het voetspoor van Jezus leven, is en blijft elke dag opnieuw zoeken, elke dag trouw 'ja' zeggen tegen de Heer en de gemeenschap waarmee ik mij heb verbonden.


Ik begon eerst met een aantal bezoeken als gast en daarna volgde een periode als buitenpostulante. Hierdoor konden mijn ouders ook een groeiperiode doormaken en wennen aan het idee dat ik misschien zou intreden in een klooster. Zo hebben zij meerdere malen kennis kunnen maken met Sint-Catharinadal als ze mij vanuit het ouderlijk huis weg brachten of ophaalden.

In het voetspoor van Jezus leven, is en blijft elke dag opnieuw zoeken, elke dag trouw 'ja' zeggen tegen de Heer en de gemeenschap waarmee ik mij heb verbonden.

Voor de website van Sint-Catharinadal:
klik hier

    
zr. Augustina, zr. Anna, zr. Angelique
de junioren van Oosterhout